Rasp de aardappelen grof en doe in een kom.Meng met een snuifje zout en laat 5 minuten staan. Doe de aardappelrasp in een schone theedoek en wring zoveel mogelijk vocht eruit. Hoe droger de rasp, hoe krokanter je rösti-nestjes worden.
Knijp twee keer uit: maak de doek los, schud de rasp luchtig en wring opnieuw uit tot de rasp echt kurkdroog aanvoelt.
Meng de droge aardappelrasp met eierdooier, maïzena, zout, peper en uienpoeder. Roer met een vork of je handen tot elk sliertje een dun, plakkerig laagje krijgt. Zo vallen de nestjes niet uit elkaar en bakken ze mooi krokant.
Vet een mini-muffinplaat royaal in met olie (ook de randen).
Verdeel de aardappelrasp over de holtes (ongeveer 12 stuks). Duw stevig tegen de zijkanten zodat er een opstaande rand ontstaat.
Bak 20-25 minuten in een voorverwarmde oven op 200°C tot de randjes goudbruin zijn.
Voor extra crunch: zet nog 5 minuten langer in de oven of schuif de plaat iets hoger. (Elke oven is anders: hou het even in de gaten) Kleurt de dooier te snel? Bak iets langer op 180°C.
Laat 5 minuten rusten in de vorm. Haal de rösti-nestjes eruit en laat verder afkoelen op een rooster zodat de onderkant krokant blijft.
Breek het houterige uiteinde van de groene asperges. Blancheer 2-3 minuten in gezouten kokend water.
Spoel kort in ijs- of koud water (zo blijven ze felgroen), dep droog en snijd in stukjes van 4-5 cm (of gebruik enkel de topjes voor de chique look).
Meng met een beetje citroensap, citroenzeste en peper.
Maak de Boursin spuitbaar met een scheutje melk of (plantaardige) Griekse yoghurt.
Voeg gehakte bieslook, citroenzeste, peper en zout toe en roer glad.
Doe in een spuitzak en spuit een mooi toefje in elk rösti-nestje.
Leg er 2 aspergetopjes op en werk af met toppings naar keuze: citroenzeste, geroosterd amandelschaafsel, dille, bieslook, microgreens of een eetbaar bloempje, etc.